
Wil je één gebouw verdelen in afzonderlijke woningen, winkels of bedrijfsruimten? Dan is meestal een splitsing in appartementsrechten nodig. Iedere ruimte kan daarna een eigen juridische eigenaar krijgen.
Bij een splitsing in appartementsrechten wordt een gebouw juridisch verdeeld in verschillende appartementsrechten. Een appartementsrecht geeft de eigenaar het exclusieve gebruik van een bepaald deel, zoals een woning, winkel, berging of parkeerplaats.
De eigenaren blijven samen eigenaar van het volledige gebouw en de bijbehorende grond. Ruimten zoals het dak, de gevel, het trappenhuis en soms de tuin zijn meestal gemeenschappelijk.
Een appartementsrecht is dus niet alleen het appartement zelf. Het bestaat uit een aandeel in het gehele gebouw, gecombineerd met het recht om een bepaald privégedeelte te gebruiken.

Het Notarieel onderzoekt eerst wie eigenaar is van het vastgoed en welke rechten, hypotheken of andere afspraken op het gebouw rusten. Ook wordt bekeken of een gemeentelijke vergunning of toestemming van andere betrokken partijen nodig is.
Daarna wordt een splitsingstekening gemaakt. Op deze tekening staat welke ruimten privé zijn en welke delen gemeenschappelijk blijven. De tekening vormt een belangrijk onderdeel van de juridische verdeling.
De notaris stelt vervolgens de splitsingsakte op. In deze akte worden de appartementsrechten beschreven en worden de onderlinge aandelen en gebruiksrechten vastgelegd.
Bij de splitsingsakte hoort ook een splitsingsreglement. Daarin staan regels over onder meer het gebruik, het onderhoud, de kostenverdeling en de besluitvorming binnen het gebouw.
De splitsing is definitief wanneer de notariële akte met de splitsingstekening is ingeschreven bij het Kadaster. Vanaf dat moment bestaan de afzonderlijke appartementsrechten juridisch.

Bij een splitsing moet vooraf duidelijk zijn welke delen privé zijn en welke delen door alle eigenaren worden gebruikt. Onduidelijke grenzen of afspraken kunnen later tot discussies leiden.
Ook de verdeling van onderhoudskosten verdient aandacht. In de splitsingsakte staat welk aandeel iedere eigenaar heeft en hoe gezamenlijke kosten worden verdeeld.
Door de splitsing ontstaat een Vereniging van Eigenaars, vaak afgekort tot VvE. Iedere appartementseigenaar is automatisch lid. De VvE beheert de gemeenschappelijke delen van het gebouw en regelt het gezamenlijke onderhoud.
Rust er een hypotheek op het gebouw? Dan kan medewerking van de hypotheekhouder nodig zijn. Het Notarieel controleert welke toestemmingen vereist zijn en stemt deze waar nodig af.

Dat verschilt per situatie. Je kunt gemeentelijke toestemming nodig hebben door lokale regels over bouwen, wonen of splitsen. Ook hypotheken, erfpachtvoorwaarden en de rechten van andere eigenaren kunnen van invloed zijn. De notaris controleert welke toestemmingen je nodig hebt.â¡ð ¶ââð ºâ¡âð Žï»¿â¡ï»¿ð Žï»¿ð ¹âââ¢ð µâââ¡ââ¡ââ â¡ââ¡ââð ¹ï»¿ð Žï»¿ð ºâââð ·ââð ³â¡ââ âââ¢ð µââð ³â¡â£â¡â£â¡ââ¡â¢â¢ð µâð ºâð ºâ¡ââ¡âð ºï»¿â£âð žï»¿ð ¹ï»¿ð ºâ¡â£ï»¿ââ¡âð Žï»¿â â ð ·âð ¹â¡ââ¡ââ â¡ââ¡ââð ¹ï»¿ð Žï»¿ð ºâð ºï»¿â¢ï»¿ð ºï»¿ð ¹â¡â£ï»¿â ð ¹â¡â£âð ºï»¿â â£ï»¿ð Žâ¡â£âð ºâ¢â£ï»¿â¢â¢â â¢ââ ââ¢â âð žâ¢â£â¢ð ³â¢â£ï»¿â¢âð žâ¢â£ï»¿â¢â¢ð ³ï»¿â£âð žâ¢ð ³ï»¿â¢ï»¿â¢â¢ï»¿âð žï»¿â£â¢ââ¢ð ³â¢â£â¢â£ï»¿ââ¢â¡â¢ð Žâ¢ï»¿â¢ââ¢ââ¢ââ¢ð ºâ¡â â¡â£ï»¿ð žâ ð ºï»¿â¢ï»¿âð žâ¡ââð Žï»¿â¡ï»¿ð ¹â¢ð žâ¡ï»¿ï»¿â â¢âð ·ï»¿ð ºï»¿â¢ï»¿âð ·ï»¿â â¢ð žï»¿ð ¹ï»¿ð ·âð žâ£ð ¹â£ð ·âââ¡ð ž
Ja. Een wijziging kan nodig zijn bij een andere indeling, bestemming, begrenzing of kostenverdeling. Welke medewerking en besluitvorming nodig zijn, hangt af van de bestaande akte en de gewenste aanpassing.â¡ð ¶ââð ºâ¡âð Žï»¿â¡ï»¿ð Žï»¿ð ¹âââ¢ð µâââ¡ââ¡ââ â¡ââ¡ââð ¹ï»¿ð Žï»¿ð ºâââð ·ââð ³â¡ââ âââ¢ð µââð ³â¡â£â¡â£â¡ââ¡â¢â¢ð µâð ºâð ºâ¡ââ¡âð ºï»¿â£âð žï»¿ð ¹ï»¿ð ºâ¡â£ï»¿ââ¡âð Žï»¿â â ð ·âð ¹â¡ââ¡ââ â¡ââ¡ââð ¹ï»¿ð Žï»¿ð ºâð ºï»¿â¢ï»¿ð ºï»¿ð ¹â¡â£ï»¿â ð ¹â¡â£âð ºï»¿â â£ï»¿ð Žâ¡â£âð ºï»¿â â â¢â£â¢ââ¢ï»¿â¢ââð žï»¿â â¢ï»¿â¢ââ¢â âð žâ¢â£â¢ð ³â¢â£â¢ââð žï»¿ââ¢ââ¢â âð žï»¿âââ¢ï»¿ï»¿â â¢ï»¿ï»¿â£â¢ââ â¢ââ â¢ï»¿â¢â â¢ð ºâ¡â â¡â£ï»¿ð žâ ð ºï»¿â¢ï»¿âð žâ¡ââð Žï»¿â¡ï»¿ð ¹â¢ð žâ¡ï»¿ï»¿â â¢âð ·ï»¿ð ºï»¿â¢ï»¿âð ·ï»¿â â¢ð žï»¿ð ¹ï»¿ð ·âð žâ£ð ¹â£ð ·âââ¡ð ž
Bij een splitsing verdeel je een gebouw of recht voor het eerst in appartementsrechten. Bij ondersplitsing verdeel je één bestaand appartementsrecht verder in meerdere appartementsrechten.â¡ð ¶ââð ºâ¡âð Žï»¿â¡ï»¿ð Žï»¿ð ¹âââ¢ð µâââ¡ââ¡ââ â¡ââ¡ââð ¹ï»¿ð Žï»¿ð ºâââð ·ââð ³â¡ââ âââ¢ð µââð ³â¡â£â¡â£â¡ââ¡â¢â¢ð µâð ºâð ºâ¡ââ¡âð ºï»¿â£âð žï»¿ð ¹ï»¿ð ºâ¡â£ï»¿ââ¡âð Žï»¿â â ð ·âð ¹â¡ââ¡ââ â¡ââ¡ââð ¹ï»¿ð Žï»¿ð ºâð ºï»¿â¢ï»¿ð ºï»¿ð ¹â¡â£ï»¿â ð ¹â¡â£âð ºï»¿â â£ï»¿ð Žâ¡â£âð ºâ¢ð Žï»¿ââ¢â£â¢ââ¢ð Žâ¢ð Žâ¢â£â¢ð Žâð žï»¿ââ¢âââ¢â âð žâ¢â£â¢ð ³â¢ââ âð žâ¢ð ³â¢â â¢ð Žâ¢ï»¿âð žâ¢â¡â¢ââ¢â¡â¢â£ï»¿ââ¢ï»¿ï»¿â£â¢â¡â¢ð Žâ¢ââ¢ð Žï»¿â£â¢ð ºâ¡â â¡â£ï»¿ð žâ ð ºï»¿â¢ï»¿âð žâ¡ââð Žï»¿â¡ï»¿ð ¹â¢ð žâ¡ï»¿ï»¿â â¢âð ·ï»¿ð ºï»¿â¢ï»¿âð ·ï»¿â â¢ð žï»¿ð ¹ï»¿ð ·âð žâ£ð ¹â£ð ·âââ¡ð ž
In de akte staat hoe het gebouw is verdeeld, welke ruimten privé of gemeenschappelijk zijn, welke bestemming de ruimten hebben en welke breukdelen gelden. De akte bevat ook het splitsingsreglement of verwijst naar een toepasselijk modelreglement.â¡ð ¶ââð ºâ¡âð Žï»¿â¡ï»¿ð Žï»¿ð ¹âââ¢ð µâââ¡ââ¡ââ â¡ââ¡ââð ¹ï»¿ð Žï»¿ð ºâââð ·ââð ³â¡ââ âââ¢ð µââð ³â¡â£â¡â£â¡ââ¡â¢â¢ð µâð ºâð ºâ¡ââ¡âð ºï»¿â£âð žï»¿ð ¹ï»¿ð ºâ¡â£ï»¿ââ¡âð Žï»¿â â ð ·âð ¹â¡ââ¡ââ â¡ââ¡ââð ¹ï»¿ð Žï»¿ð ºâð ºï»¿â¢ï»¿ð ºï»¿ð ¹â¡â£ï»¿â ð ¹â¡â£âð ºï»¿â â£ï»¿ð Žâ¡â£âð ºâ¢ï»¿â¢ï»¿ï»¿â¢ï»¿â¢â¢ï»¿â¢ð ³â¢â¡â¢ï»¿âð žâ¢ð Žâ¢ð ³â¢ï»¿ï»¿â âð žâ¢â£â¢ââ¢ââð žï»¿ââ¢â¢ð ³ï»¿ï»¿âð žâ¢ð Žâ¢â¡ï»¿ï»¿â¢ð Žâ¢ââ¢ð ³â¢ï»¿ï»¿â â£â¢â â¢â¡â¢ð ºâ¡â â¡â£ï»¿ð žâ ð ºï»¿â¢ï»¿âð žâ¡ââð Žï»¿â¡ï»¿ð ¹â¢ð žâ¡ï»¿ï»¿â â¢âð ·ï»¿ð ºï»¿â¢ï»¿âð ·ï»¿â â¢ð žï»¿ð ¹ï»¿ð ·âð žâ£ð ¹â£ð ·âââ¡ð ž
Voor een juridische splitsing in appartementsrechten heb je een notariële akte nodig. De akte en de splitsingstekening worden ingeschreven bij het Kadaster.â¡ð ¶ââð ºâ¡âð Žï»¿â¡ï»¿ð Žï»¿ð ¹âââ¢ð µâââ¡ââ¡ââ â¡ââ¡ââð ¹ï»¿ð Žï»¿ð ºâââð ·ââð ³â¡ââ âââ¢ð µââð ³â¡â£â¡â£â¡ââ¡â¢â¢ð µâð ºâð ºâ¡ââ¡âð ºï»¿â£âð žï»¿ð ¹ï»¿ð ºâ¡â£ï»¿ââ¡âð Žï»¿â â ð ·âð ¹â¡ââ¡ââ â¡ââ¡ââð ¹ï»¿ð Žï»¿ð ºâð ºï»¿â¢ï»¿ð ºï»¿ð ¹â¡â£ï»¿â ð ¹â¡â£âð ºï»¿â â£ï»¿ð Žâ¡â£âð ºâ¢â¢ï»¿â¢â¢ââ¢ï»¿â¢ââ¢â£â¢ð ³â¢ââð žâ¢ââ¢â¡ï»¿â£ï»¿ââð žâ¢â£ï»¿â¢â¢ð ³â¢â¡âð žï»¿ââ¢ââ¢ââ¢ð ³âð žâ¢ð ³ï»¿â£â¢â¢ï»¿â¢â¢ð ³ï»¿ââ¢ââ¢ââ¢â£â¢ï»¿â¢â¢â¢ââ¢ð ºâ¡â â¡â£ï»¿ð žâ ð ºï»¿â¢ï»¿âð žâ¡ââð Žï»¿â¡ï»¿ð ¹â¢ð žâ¡ï»¿ï»¿â â¢âð ·ï»¿ð ºï»¿â¢ï»¿âð ·ï»¿â â¢ð žï»¿ð ¹ï»¿ð ·âð žâ£ð ¹â£ð ·âââ¡ð ž