
Ga je samenwonen? Dan kijk je waarschijnlijk vooral uit naar alles wat je samen gaat opbouwen. En daar horen ook praktische afspraken bij. Denk aan jullie woning, gezamenlijke kosten, spaargeld, spullen en afspraken voor als jullie ooit uit elkaar gaan. Met een samenlevingscontract leg je deze afspraken duidelijk vast. Zo weten jullie allebei waar je aan toe bent. Nu en later.
Een samenlevingscontract is een overeenkomst waarin je samen afspraken vastlegt. De notaris zet deze afspraken juridisch goed op papier.
Je kunt afspraken maken over jullie woning, de verdeling van kosten, gezamenlijke rekeningen, bezittingen en schulden. Ook kun je vastleggen wat er gebeurt als jullie uit elkaar gaan of als één van jullie overlijdt.

Een samenlevingscontract is niet verplicht, maar veel samenwoners kiezen er wel voor. Het kan belangrijk zijn als je samen een woning koopt of samen financiële verplichtingen aangaat. Zoals je hypotheek, woonlasten of andere kosten die jullie samen dragen. Ook als één van jullie meer geld inbrengt, geeft het duidelijkheid om afspraken vast te leggen.
Daarnaast kan een samenlevingscontract belangrijk zijn om voor de belastingen als fiscale partners te worden aangemerkt. Ook kan het gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de erfbelasting. Welke gevolgen een samenlevingscontract voor jullie heeft, hangt af van jullie persoonlijke situatie. De notaris kan je hierover meer vertellen.

Eerst vind er een bespreking plaats. Daarin bespreken jullie samen met de notaris jullie situatie. Wat is van jullie samen? Wat blijft privé? En welke afspraken willen jullie maken voor de toekomst?
Op basis daarvan stelt de notaris een conceptakte op. Die kunnen jullie rustig doornemen. Klopt alles? Dan ondertekenen jullie het samenlevingscontract bij de notaris. De notaris bewaart de akte, zodat jullie afspraken goed zijn vastgelegd.

Jullie situatie kan veranderen. Misschien kopen jullie een nieuwe woning, krijgen jullie een kind, verandert jullie inkomen of start één van jullie een onderneming. Dan is het slim om te kijken of jullie samenlevingscontract nog past.
Ook de erfenis vraagt aandacht. Samenwonende partners erven volgens de wet niet automatisch van elkaar. In een samenlevingscontract regel je alleen wat er met jullie bezittingen gebeurt. Willen jullie elkaar goed verzorgd achterlaten? Dan is een testament vaak een belangrijke aanvulling.

Als je wilt samenwonen, wil je vooral weten wat je nu goed moet regelen. Daarom vind je hieronder antwoorden op praktische vragen die vaak pas later opkomen.
Dat hangt af van wat jullie hebben vastgelegd. In een samenlevingscontract kun je afspraken maken over gezamenlijke spullen en de woning. Wil je dat je partner ook privé bezittingen verkrijgt? Dan moet je je partner tot erfgenaam benoemen en heb je een testament nodig.â¡ð ¶ââð ºâ¡âð Žï»¿â¡ï»¿ð Žï»¿ð ¹âââ¢ð µâââ¡ââ¡ââ â¡ââ¡ââð ¹ï»¿ð Žï»¿ð ºâââð ·ââð ³â¡ââ âââ¢ð µââð ³â¡â£â¡â£â¡ââ¡â¢â¢ð µâð ºâð ºâ¡ââ¡âð ºï»¿â£âð žï»¿ð ¹ï»¿ð ºâ¡â£ï»¿ââ¡âð Žï»¿â â ð ·âð ¹â¡ââ¡ââ â¡ââ¡ââð ¹ï»¿ð Žï»¿ð ºâð ºï»¿â¢ï»¿ð ºï»¿ð ¹â¡â£ï»¿â ð ¹â¡â£âð ºï»¿â â£ï»¿ð Žâ¡â£âð ºï»¿ï»¿ï»¿â¢ï»¿â ââ¢âââ¢â¢ð ³âð žï»¿ââ¢ââ¢ð Žï»¿ï»¿âð žâ¢â£â¢ââ¢ââ¢ââð žï»¿ââ¢â â¢ï»¿ï»¿â£âð žâ¢ð Žâ¢â¢ï»¿â â¢ï»¿â£ï»¿ï»¿â¢ï»¿â¢ââ¢ð Žâ¢ð ³ï»¿ââ¢ï»¿â¢ð ºâ¡â â¡â£ï»¿ð žâ ð ºï»¿â¢ï»¿âð žâ¡ââð Žï»¿â¡ï»¿ð ¹â¢ð žâ¡ï»¿ï»¿â â¢âð ·ï»¿ð ºï»¿â¢ï»¿âð ·ï»¿â â¢ð žï»¿ð ¹ï»¿ð ·âð žâ£ð ¹â£ð ·âð Žï»¿â ð ·ï»¿â£â¢ð žï»¿âð ¹â¡â¢â¡â¡ï»¿â â¡ââââ¡ð ž
Ja, dat kan. Vooral bij een koopwoning is het verstandig om vooraf af te spreken wat er gebeurt als jullie uit elkaar gaan. Bijvoorbeeld wie de woning kan overnemen en hoe een eventuele overwaarde wordt verdeeld. Bekijk ook onder welke voorwaarden deze afspraken gelden en of ze nog moeten worden aangepast.â¡ð ¶ââð ºâ¡âð Žï»¿â¡ï»¿ð Žï»¿ð ¹âââ¢ð µâââ¡ââ¡ââ â¡ââ¡ââð ¹ï»¿ð Žï»¿ð ºâââð ·ââð ³â¡ââ âââ¢ð µââð ³â¡â£â¡â£â¡ââ¡â¢â¢ð µâð ºâð ºâ¡ââ¡âð ºï»¿â£âð žï»¿ð ¹ï»¿ð ºâ¡â£ï»¿ââ¡âð Žï»¿â â ð ·âð ¹â¡ââ¡ââ â¡ââ¡ââð ¹ï»¿ð Žï»¿ð ºâð ºï»¿â¢ï»¿ð ºï»¿ð ¹â¡â£ï»¿â ð ¹â¡â£âð ºï»¿â â£ï»¿ð Žâ¡â£âð ºâ¢â¡ï»¿â¢â¢â â¢ð ³ï»¿â¢â¢â£â¢â¢â¢ââð žâ¢ï»¿â¢â£ï»¿â â¢â£âð žâ¢â£â¢ââ¢â¢ï»¿â£âð žâ¢ð Žâ¢ð Žâ¢â¡â¢â¢âð žâ¢ð Žï»¿â¢ï»¿â£ï»¿â£â¢ï»¿ï»¿â£ï»¿ï»¿â¢ð ³â¢ï»¿â¢ï»¿â¢â â¢ï»¿â¢ð ºâ¡â â¡â£ï»¿ð žâ ð ºï»¿â¢ï»¿âð žâ¡ââð Žï»¿â¡ï»¿ð ¹â¢ð žâ¡ï»¿ï»¿â â¢âð ·ï»¿ð ºï»¿â¢ï»¿âð ·ï»¿â â¢ð žï»¿ð ¹ï»¿ð ·âð žâ£ð ¹â£ð ·âð Žï»¿â ð ·ï»¿â£â¢ð žï»¿âð ¹â¡â¢â¡â¡ï»¿â â¡ââââ¡ð ž
Ja. Jullie ondertekenen het samenlevingscontract allebei bij de notaris. De notaris controleert daarbij ook of jullie begrijpen wat er in de akte staat.â¡ð ¶ââð ºâ¡âð Žï»¿â¡ï»¿ð Žï»¿ð ¹âââ¢ð µâââ¡ââ¡ââ â¡ââ¡ââð ¹ï»¿ð Žï»¿ð ºâââð ·ââð ³â¡ââ âââ¢ð µââð ³â¡â£â¡â£â¡ââ¡â¢â¢ð µâð ºâð ºâ¡ââ¡âð ºï»¿â£âð žï»¿ð ¹ï»¿ð ºâ¡â£ï»¿ââ¡âð Žï»¿â â ð ·âð ¹â¡ââ¡ââ â¡ââ¡ââð ¹ï»¿ð Žï»¿ð ºâð ºï»¿â¢ï»¿ð ºï»¿ð ¹â¡â£ï»¿â ð ¹â¡â£âð ºï»¿â â£ï»¿ð Žâ¡â£âð ºâ¢ï»¿â¢ââ¢ââ¢ï»¿â¢â â¢ââ¢ââ¢ââð žâ¢ï»¿â¢ââ¢ð Žï»¿ï»¿âð žâ¢â£â¢â¡ï»¿ââ¢ð ³âð žï»¿ââ¢â¢ââ¢ð ³âð žï»¿â â¢â ââ¢ï»¿â¢â¢â¡â¢ââ¢â â¢ï»¿â¢ð ³â¢ââ£â¢ð ºâ¡â â¡â£ï»¿ð žâ ð ºï»¿â¢ï»¿âð žâ¡ââð Žï»¿â¡ï»¿ð ¹â¢ð žâ¡ï»¿ï»¿â â¢âð ·ï»¿ð ºï»¿â¢ï»¿âð ·ï»¿â â¢ð žï»¿ð ¹ï»¿ð ·âð žâ£ð ¹â£ð ·âð Žï»¿â ð ·ï»¿â£â¢ð žï»¿âð ¹â¡â¢â¡â¡ï»¿â â¡ââââ¡ð ž
Je kunt afspraken maken over praktische en financiële zaken binnen jullie gezin. Zoals kosten voor verzorging, wonen en sparen. Voogdij, gezag en erkenning regel je op andere manieren.â¡ð ¶ââð ºâ¡âð Žï»¿â¡ï»¿ð Žï»¿ð ¹âââ¢ð µâââ¡ââ¡ââ â¡ââ¡ââð ¹ï»¿ð Žï»¿ð ºâââð ·ââð ³â¡ââ âââ¢ð µââð ³â¡â£â¡â£â¡ââ¡â¢â¢ð µâð ºâð ºâ¡ââ¡âð ºï»¿â£âð žï»¿ð ¹ï»¿ð ºâ¡â£ï»¿ââ¡âð Žï»¿â â ð ·âð ¹â¡ââ¡ââ â¡ââ¡ââð ¹ï»¿ð Žï»¿ð ºâð ºï»¿â¢ï»¿ð ºï»¿ð ¹â¡â£ï»¿â ð ¹â¡â£âð ºï»¿â â£ï»¿ð Žâ¡â£âð ºï»¿âââ â¢ð ³â¢â¢â¢ð Žâ¢ââ¢ââð žâ¢ââ¢ââ¢ââð žâ¢â£â¢ð ³â¢ð ³â¢ð ³âð žï»¿ââ¢â¢ð Žï»¿ï»¿âð žï»¿ââ¢ð Žï»¿â£â¢ð Žâ¢ð Žï»¿â â¢ï»¿â¢ââ¢ï»¿â¢ââ¢ð ³â¢â â¢ð ºâ¡â â¡â£ï»¿ð žâ ð ºï»¿â¢ï»¿âð žâ¡ââð Žï»¿â¡ï»¿ð ¹â¢ð žâ¡ï»¿ï»¿â â¢âð ·ï»¿ð ºï»¿â¢ï»¿âð ·ï»¿â â¢ð žï»¿ð ¹ï»¿ð ·âð žâ£ð ¹â£ð ·âð Žï»¿â ð ·ï»¿â£â¢ð žï»¿âð ¹â¡â¢â¡â¡ï»¿â â¡ââââ¡ð ž
Ja. Een notarieel samenlevingscontract kan nodig zijn voor partnerpensioen, maar de aanmelding regel je vaak zelf bij je pensioenfonds.â¡ð ¶ââð ºâ¡âð Žï»¿â¡ï»¿ð Žï»¿ð ¹âââ¢ð µâââ¡ââ¡ââ â¡ââ¡ââð ¹ï»¿ð Žï»¿ð ºâââð ·ââð ³â¡ââ âââ¢ð µââð ³â¡â£â¡â£â¡ââ¡â¢â¢ð µâð ºâð ºâ¡ââ¡âð ºï»¿â£âð žï»¿ð ¹ï»¿ð ºâ¡â£ï»¿ââ¡âð Žï»¿â â ð ·âð ¹â¡ââ¡ââ â¡ââ¡ââð ¹ï»¿ð Žï»¿ð ºâð ºï»¿â¢ï»¿ð ºï»¿ð ¹â¡â£ï»¿â ð ¹â¡â£âð ºï»¿â â£ï»¿ð Žâ¡â£âð ºâ¢â â£ï»¿â â â¢ââ¢â¡âð žâ¢â¡ï»¿ââ¢â¢ââð žâ¢â£â¢ââ¢â£â¢â¢âð žâ¢ð ³â¢â¢ï»¿â â¢ð ³âð žï»¿âââ¢ï»¿ï»¿â¢â¢â¡ï»¿ï»¿â¢ââ¢ð Žï»¿â£â¢ï»¿ï»¿ââ¢ð ºâ¡â â¡â£ï»¿ð žâ ð ºï»¿â¢ï»¿âð žâ¡ââð Žï»¿â¡ï»¿ð ¹â¢ð žâ¡ï»¿ï»¿â â¢âð ·ï»¿ð ºï»¿â¢ï»¿âð ·ï»¿â â¢ð žï»¿ð ¹ï»¿ð ·âð žâ£ð ¹â£ð ·âð Žï»¿â ð ·ï»¿â£â¢ð žï»¿âð ¹â¡â¢â¡â¡ï»¿â â¡ââââ¡ð ž
